Groot vleeshuis van Gent heeft naam niet gestolen
Dit historische pand heeft zijn naam niet gestolen. Hij herinnert aan de
vroegere functie van overdekte markt voor de verkoop van vlees. Nu het
vleeshuis door EROV (Economische Raad voor Oost-Vlaanderen) werd
ingericht als promotiecentrum van Oost-Vlaamse streekproducten, doet
het pand zijn naam weer eer aan. In het promotiecentrum wordt er
immers ook vlees, zoals Gandaham, Breydelham, Superano en droge
worst van Karnex aangeboden. Het Groot Vleeshuis had in de Middeleeuwen de functie van een overdekte
markt. Het was dus niet in de eerste plaats een vergaderzaal voor
de leden van het vleeshouwersambacht, zoals vele andere ambachtshuizen
die enkel gebruikt werden als vergaderruimte door de ambachtsgezellen.
De eigenlijke bedoeling ervan was de verkoop van vlees te
centraliseren zodat daarop enige controle kon gehouden worden. Ook
in de Middeleeuwen werd er immers nauwkeurig op toegezien dat geen
bedorven vlees op de markt werd gebracht. De vleesverkoop mocht
daarom niet thuis geschieden maar gebeurde in vleeshallen of vleeshuizen.
De leden van het vleeshouwersambacht konden in dit gebouw
een vleesbank of "stal" pachten. Dit is een combinatie van een slacht- en
toonbank.
Nadat het Ministerie zijn huurcontract had opgezegd in 1920 werd het
vleeshuis een markt voor fruit en groenten. In de jaren 1960 werd het
gebouw gedeeltelijk tot autoparking, gedeeltelijk tot vishandel omgevormd.
En in de jaren '70 kreeg het vleeshuis de functie van polyvalente
ruimte. De visverkoop bleef behouden.
In 1996 werd een vierde van het Groot Vleeshuis gerestaureerd. In deze
ruimte van 193 m2 werd het vloerniveau met 60 cm verlaagd, naar het
oorspronkelijke middeleeuwse peil. In 2000 sloot de Economische Raad
voor Oost-Vlaanderen een overeenkomst af met de stad Gent voor het
gebruik van het Groot Vleeshuis als permanent promotiecentrum voor
Oost-Vlaamse streekproducten. |